Vier typen allergie

Er bestaan vier verschillende typen allergie

TYPE 1

Dit type wordt in medische termen aangeduid als IgE-gemidieerde of IgE-afhankelijke allergie. Dit is te wijten aan de IgE-antilichamen die hierbij een hoofdrol spelen. De allergieën die onder dit type vallen zijn (1) Astma (2) Constitutioneel eczeem en (3) Hooikoorts.

IgE-gemidieerde allergie of IgE-afhankelijke allergie IgE-gemidieerde allergie

IgE-gemidieerde allergie of IgE-afhankelijke allergie IgE-gemidieerde allergie

Dit type allergie kan zich drie manieren uiten:
Het verwijden van de bloedvaten waardoor de bloeddruk daalt
De medische term hiervoor is “Vasodilatatie”: Bloedvat- (=vaso) -verwijding (=dilatatie).
Vernauwing van de bronchieën van de longen
Moeilijke en piepende ademhaling, gepaard met een benauwd gevoel. Dit kan erg gevaarlijk zijn in sommige extreme gevallen.
Afname van hartactiviteit

De gevolgen van deze symptomen kunnen zeer gevaarlijk zijn, mocht u het idee hebben een allergie te hebben doe dan een van de allergietesten of laat een provocatietest bij de dokter afnemen.

 

 

TYPE 2

Deze vorm van allergie, ook cytotoxische reactie genoemd, ontstaat wanneer antilichamen zich gaan richten naar het oppervlak van cellen en weefsels, op de aldaar aanwezige antigenen. Zo start een reeks reacties die uiteindelijk de afbraak van cellen of weefsel veroorzaakt. Een typisch voorbeeld is een bloedtransfusie tussen personen met een niet-verenigbare bloedgroep. Dit leidt tot agglutinatie van rode bloedcellen en in ernstige gevallen zelfs tot de dood.

Deze reactie betreft ook vaak een allergische reactie op een geneesmiddel. Het allergeen bindt aan een lichaamscel en verandert de eiwitsamenstelling van het membraan. Hierdoor wordt de lichaamscel als lichaamsvreemd herkend en wordt deze aangevallen door het eigen immuunsysteem. Het betreft hierbij een direct cytotoxische reactie door IgG of IgM (antilichamen). Schade wordt veroorzaakt door neutrofiele granulocyten en natural-killer cellen. De neutrofiele granulocyten laten proteolytische enzymen vrij die een ontstekingsreactie veroorzaken. Natural-killer-cellen laten granules vrij die ervoor zorgen dat de cel lyseert (stukgaat).

 

TYPE 3

Systemische Lupus Erythematodes - Allergische reactie

Systemische Lupus Erythematodes

Deze vorm van allergie ontstaat wanneer antigeen-antistofcomplexen neerslaan en onder andere neutrofielen aantrekken en het complementsysteem activeren en zo weefselschade veroorzaken. Er zijn twee vormen van een type III-reactie.
Bij de eerste vorm worden antigeen-antistofcomplexen gevormd in de bloedbaan, waarna ze neerslaan in het weefsel. Meestal slaan deze complexen neer in de gewrichten en nieren.
De andere vorm is de Arthus reactie. Hierbij worden de antigeen-antistofcomplexen in het weefsel gevormd. Een bekend voorbeeld van een type III-reactie is Systemische Lupus Erythematodes.

 

TYPE 4

Deze allergie ontstaat door het activeren van T-helper/inducer cellen (T-lymfocyten), die via de productie van diverse cytokinen het betreffende antigeen elimineert, maar tevens weefselschade veroorzaakt.

Deze gemedieerde immuunreactie is voornamelijk gericht tegen lichaamsvreemde cellen, zoals cellen die door een virus zijn geïnfecteerd of cellen van een

transplantaat. Bij deze vorm spelen zowel de T-helpercel (Th-cel) als de cytotoxische T-cel (Tc-cel) een rol. Afhankelijk van de route kunnen twee reacties worden onderscheiden.

Een binding van CD4+-T-helper/inducercellen aan het antigeen (samen met het HLA-

klasse-II-molecuul), zal via de productie van IL-1 en IL-2 leiden tot het ontstaan van CD8+-Tc-cellen die de doelwitcellen (herkennen deze door HLA-klasse-I-moleculen) een extracellulair mechanisme kunnen doden. Deze reactie treedt het meest op bij virus-geïnfecteerde cellen zoals bij hepatitis B. Deze behoort niet tot de allergische reacties. Maar het tweede mechanisme hoort wel tot de allergische reacties:Vertraagd-type-overgevoeligheidDeze reactie wordt gemedieerd door lymfocyten en macrofagen. Wanneer een helpercel zich bindt aan een antigeen, zal deze lymfocyt worden gestimuleerd tot het uitscheiden van chemokinen en cytokinen. Dit gebeurt waarschijnlijk door een aparte

T-celcytotoxie

T-celcytotoxie (bijvoorbeeld bij bloedtransfusie)

populatie van T-helpercellen. De chemokinen kunnen lymfocyten, monocyten en andere ontstekingscellen aantrekken en activeren. De belangrijkste ontstekingscel is de geactiveerde macrofaag, welke op zijn plaats wordt gehouden door de macrofagen-migratie-inhibitiefactor (MIF). Deze macrofaag kan met mediatoren weefselschade veroorzaken en gefagocyteerd materiaal verteren. De doelwitcel wordt gedood, maar dat gaat gepaard met weefselbeschadiging en een ontstekingsreactie. De meest voorkomende type-IV-vertraagd-overgevoeligheidsreactie gaat gepaard met eczeem: rode, geïrriteerde, jeukende huid. Veelvoorkomend is nikkelallergie, die uitslag kan geven bij oorbellen en andere sieraden of de gesp van een broekriem.